Uit tellingen van weekblad Intermediair blijkt dat
het aantal vacatures op het gebied van marketing en communicatie
aantrekt. Volgens de tellingen, waarvoor vacatures worden
geteld in 28 landelijke dagen weekbladen, blijkt dat in de
maand januari het aantal personeelsadvertenties voor marketing-
en communicatiefuncties zes procent hoger lag dan in dezelfde
periode in 2003. Bij de gespecialiseerde werving- en selectiebureaus
hebben ze ook de indruk dat de vraag naar personeel in de
marketing en communicatie toeneemt. Bedrijven beginnen weer
nieuwe projecten, bereiden zich voor op het lanceren van nieuwe
producten, en dan zijn er ook weer communicatiespecialisten
nodig. Deze toename geldt vooral op vacatures voor ervaren
mensen met minimaal 3 jaar ervaring. Voor starters blijft
het aantal vacatures laag.
Ongunstig arbeidsmarktperspectief
Ondanks de stijging van het aantal vacatures verwacht het
Centraal Planbureau dat in 2004 de algemene werkloosheid verder
zal toenemen, tot circa 7% van de beroepsbevolking. Het CPB
voorziet dat het verlies aan werkgelegenheid het grootst zal
zijn in de industriele sectoren, de bouw, de transportsector,
de telecomsector, de financiele sector en de landbouw en visserij.
Met name lager opgeleiden worden getroffen door de moeilijke
arbeidsmarkt, maar ook hogeropgeleiden ontkomen er niet aan.
Het ROA, het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
van de Universiteit Maastricht, verwacht dat de gemiddelde
jaarlijkse werkgelegenheidsgroei tot 2008 0,2% bedraagt. Dit
is beduidend lager dan de werkgelegenheidsgroei van 2,2% jaarlijks
gemiddeld in de afgelopen periode 1998-2002. De lagere groeiverwachtingen
van de werkgelegenheid gaan vooral ten koste van het arbeidsmarktperspectief
van economisch opgeleiden.
Uit het continu Arbeidsmarkt GedragsOnderzoek van de Intelligence
Group, dat is gehouden tussen december 2003 en februari 2004,
blijkt dat personen die werkzaam zijn in de sector communicatie/media
niet zeker zijn van hun baan. Van deze groep denkt 19 procent
dit jaar zijn/haar baan te verliezen. Wanneer we dit naar
functie bekijken geeft 15 procent van de personen die werkzaam
zijn in een reclame-, communicatie- of PR-functie aan zijn/haar
baan te verliezen. Marketeers zijn een stuk positiever. Nul
procent geeft aan te verwachten dit jaar zijn/haar baan te
verliezen.
Studenten negatief over vooruitzichten
Studenten zijn zeer negatief over de situatie op de arbeidsmarkt.
Van de mensen die de universiteit verlaten, is 58% negatief
over het vinden van een baan. In 2002 zag de helft van de
ondervraagden de situatie op de arbeidsmarkt nog rooskleurig
in; in 2001 was dat zelfs 90%. Dat blijkt uit een onderzoek
van tijdschrift Intermediair en personeelsadviseur KPMG Ebbinge.
Volgens de onderzoekers zijn afgestudeerden steeds meer tijd
kwijt aan het zoeken naar een baan. Een kwart van de universiteitsverlaters
kiest ervoor om na het afstuderen niet gelijk te gaan werken;
van de hbo`ers is dat een derde. De hbo`ers besluiten verder
te studeren, terwijl de academici op reis gaan.
Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bevestigen
dat het aantal vacatures dat geschikt is voor schoolverlaters
tussen 2000 en 2003 enorm is gedaald. In 2000 waren er nog
81.000, in 2003 nog maar 19.000. Het totale aantal vacatures
daalde tussen 2000 en 2003 van 183.000 naar 81.000. Van dit
kleinere aantal was ook nog eens een kleiner deel geschikt
voor mensen die net hun opleiding hebben afgerond. Schoolverlaters
konden in september 2000 kiezen uit 44 procent van alle vacatures.
September vorig jaar was dit gedaald tot 24 procent. Eind
september 2000 was de helft van de vacatures lastig op te
vullen. Eind 2003 was dat nog maar eenvijfde.
Naarmate men een hogere opleiding heeft stijgen de kansen
op een baan. Van de afgestudeerden van het HBO heeft iets
minder dan de helft een goed of zeer goed arbeidsmarktperspectief,
tegenover 85% van de afgestudeerden van het WO. Toch zijn
er ook belangrijke verschillen tussen opleidingstypen binnen
het hoger onderwijs. Zo heeft 70% van de afgestudeerden van
het HBO binnen natuur en techniek goede arbeidsmarktperspectieven,
terwijl ruim 70% van de afgestudeerden van een economische
opleidingsrichting van het HBO juist te maken zal krijgen
met matige tot slechte arbeidsmarktperspectieven. Dit geldt
met name voor de HBO-afgestudeerden van commerciële economie
en toerisme & recreatie.
Een andere tendens die zichtbaar is onder starters op de
arbeidsmarkt is de concurrentie tussen HBO'er en WO'er. Veel
bedrijven hebben liever een praktisch ingestelde doener dan
een theoretische, wereldvreemde wijsneus. De devaluatie van
de academische titel blijkt uit kleine dingen. In de nieuwste
trainee-programma`s geeft ABN Amro bijvoorbeeld hbo`ers hetzelfde
werk als academici. Ook uit `Hoe bedrijven werven`, een rapport
van het Centrum voor werk en Inkomen (CWI), komt een schrijnend
beeld naar voren: zelfs voor banen op mbo- of havo/vwo-niveau
maken academici geen kans: deze banen worden meestal door
hbo`ers ingepikt. `Een academische opleiding is een handicap,`
zegt ook Michel de Lassacquere, directeur van het wervings-
en selectiebureau United Capacity. Dat is deels aan de universiteiten
te wijten. `Voor opleidingen als communicatiewetenschappen
of culturele studies bestaan geen volwaardige arbeidsmarkten.
Afgestudeerden moeten dus iets buiten hun vakgebied zoeken
of worden werkloos.`
Belang van netwerken toegenomen
In tijden waarin de banen niet voor het oprapen liggen, wordt
het netwerk belangrijker. Via via is dan in veel gevallen
nog een van de weinige mogelijkheden om aan een baan te komen.
Het eerder genoemde onderzoek van de Intelligence Group. In
2003 gebruikte maar liefst 45 procent van de Nederlandse beroepsbevolking
zijn/haar netwerk om van baan te veranderen. Over het algemeen
winnen bijna alle oriëntatiekanalen aan belang. De kans om
(de schaarse) vacatures te missen wordt zo door de baanzoekers
gereduceerd. De krant blijft het belangrijkste oriëntatiekanaal,
dat door 63 procent van de Nederlanders wordt gebruikt.
Geconcludeerd kan worden is dat de vooruitzichten voor schoolverlaters
slecht is. Doorstuderen is een goede optie om de stap naar
werken uit te stellen. Een jaartje reizen na je studie maakt
het bij terugkomst soms nog wel moeilijker om een baan te
vinden. Je bent dan namelijk al een jaar afgestudeerd, maar
hebt nog geen ervaring opgebouwd. Stages en bijbanen gelden
ook als ervaring. Net als vrijwilligerswerk. Uiteraard moeten
deze wel aansluiten bij het vakgebied communicatie en/of marketing.
Heb je een aantal jaren ervaring en ben je op zoek naar een
baan, dan is het handig dat je een netwerk hebt opgebouwd
de afgelopen werkzame jaren. Ben je werkloos, ook dan kun
je ervaring blijven opdoen middels vrijwilligerswerk.
Hoe je het ook went of keert, om momenteel een baan te vinden
moet je creatief te werk gaan. Bewandel niet de bebaande paden.
Verkoop je zelf, alsof je een product of dienst aan de man
moet brengen. Tenslotte ben je (bijna) communicatieprofessional
en moet je in staat zijn een boodschap over te kunnen brengen,
ook in een markt met veel concurrentie.
Door:
Bronnen: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt,
Centraal Planbureau, Centrum voor werk en Inkomen, Centraal
Bureau voor de Statistiek, Intermediair, Intelligence Group.