Afgelopen zomer typte ik het nummer van m'n treinkaartje
in op de site van de NS en won prompt een NS-voordeelurenkaart.
Ik ben dus een beetje bevooroordeeld, maar dat er bij de NS
de afgelopen jaren een aantal dingen veranderd zijn heeft
iedereen wel gemerkt. NS is volgens ons een aansprekende organisatie
en het is tijd om daar iemand over zijn/haar communicatiefunctie
te interviewen.
Deze
versie van 'In de functie van..' is langer dan anders en extra
bijzonder omdat Joost Ravoo, directeur corporate communicatie
NS, eind november is gekozen tot communicatiemanager van het
jaar. De jury beloonde Ravoo op basis van de geslaagde reorganisatie
van zijn afdeling, de strakke sturing van issue- en stakeholdermanagement,
de introductie van vier kernwaarden van de NS (vakmanschap,
passie, zorg en vrijheidsbeleving) en de meetbare verbeteringen
als gevolg van persbeleid (Bron: www.communicatie-online.nl).
Ravoo heeft bedrijfskunde gestudeerd op Nijenrode en daarna
een masters of corporate communication gedaan aan de Erasmus
Universiteit in Rotterdam.
Ter introductie van het interview licht Joost Ravoo toe
hoe hij de communicatie op zijn afdeling georganiseerd heeft
en welke visie hij en de organisatie hanteren.
"Een van de wezenlijke dingen die je zou moeten doen vanuit
communicatie en wat veel te weinig mensen doen, is erover
nadenken hoe je vanuit communicatie bijdraagt aan de onderneming
waarvoor je werkt. Vaak wordt er gedacht leuke dingetjes doen
omtrent een merk, maar het gaat natuurlijk niet om het merk.
Het gaat niet om leuke dingetjes doen. Het gaat uiteindelijk
om wat het oplevert voor de onderneming. Daarbij komt dat
communicatie een indirecte ondersteunende staffunctie is.
Als je bijvoorbeeld kijkt naar marketing en sales, is het
heel makkelijk om aan te tonen wat het heeft opgeleverd. Je
kijkt naar de toegenomen sales en de kosten van de campagne
en het verschil is je winst. Bij corporate communicatie is
dat altijd wat lastiger. Maar je moet dus toch op zoek gaan
naar het leveren van een rechtstreekse bijdrage aan de businessdoelen.
Dat is iets wat we hier bij NS, volgens mij, inmiddels goed
doen. Dat is wat ik heel erg belangrijk vind in communicatie.
Dit heeft ook met mijn eigen achtergrond te maken. Ik heb
bedrijfskunde gestudeerd en heb daarna een mastersprogramma
aan de Erasmus Universiteit gedaan dat gaat over corporate
communicatie. Dus ik ben begonnen vanuit wat ertoe doet in
de business en pas daarna heb ik communicatie eigenlijk als
kopstudie gedaan. Ik zit daar dus heel anders in dan veel
van mijn vakgenoten."
"Hoe hebben we dat nou gedaan op de afdeling? Op iedere afdeling
heb je altijd wat ik noem 'de bloedgroepen'. Je hebt altijd
iets in de zin van persvoorlichting. Daarnaast hebben wij
public affairs. Vervolgens is er public relations en dat bij
ons is gedefinieerd als het middelenvrije vakgebied. Zij knopen
in- en externe communicatie aan elkaar. Ook hebben we een
productieafdeling. De afdeling representatie is vervolgens
een vrij bijzondere afdeling. We hebben hier iemand die zich
bezighoudt met enerzijds de feesten en partijen voor directie
en allerlei officiële gelegenheden en we hebben, helaas door
het grote aantal zelfdodingen op het spoor, iemand die continu
bezig is met een soort nazorg voor slachtoffers. Als laatste
'bloedgroep' hebben we het secretariaat. Al deze 'bloedgroepen'
kunnen bij andere bedrijven anders heten. Dit is allemaal
leuk en aardig. Maar waar het om gaat is of je in staat bent
om met de disciplines die je in huis hebt, toegevoegde waarde
te leveren aan de business die je dient. De NS heeft een aantal
jaren geleden gekozen voor vijf klantgerichte doelstellingen:
op tijd rijden, service en informatie verbeteren, sociale
veiligheid bieden, zitplaatscapaciteit uitbreiden en zorgen
voor schone treinen en stations. Deze vijf dingen vindt onze
klant en dus onze directie het belangrijkst. Toen hebben we
gezegd: "Als dat is wat onze directie belangrijk vindt is
dat het enige wat wij gaan doen vanuit communicatie." Geen
ingewikkelde toeters en bellen eromheen. Ik heb teams gecreëerd
die samengesteld zijn uit een aantal van die bloedgroepen
en die als enig doel hebben goed nieuws te creëren en bananenschillen
voorkomen rond een van die vijf doelstellingen. Dit loopt
nu ongeveer tweeëneenhalf jaar op deze manier. In het begin
was het vreselijk wennen, want mensen waren gewend om vanuit
hun eigen hokje dingen te doen. Dat was dan niet afgestemd
met andere disciplines. Belangrijk is dus dat je het allemaal
vanuit een multidisciplinaire aanpak en vanuit een gezamenlijke
visie doet."
Waar heeft dat de NS tot nu toe gebracht?
"Ik noemde de vijf hoofddoelstellingen van de NS. Onze klanttevredenheid
meten we op dezelfde vijf hoofddoelstellingen. Wat je ziet
is dat er een enorme stijging plaatsvindt van het aantal klanten
dat ons een rapportcijfer zeven of hoger geeft op die vijf
doelstellingen. Het wordt interessant als je het vergelijkt
met de feitelijke performance van bijvoorbeeld 'op tijd rijden'
dat 6,2 procent gestegen in vergelijking met 2001. Over dezelfde
periode is de klantperceptie 50 procent gestegen. Het verschil
tussen perceptie en werkelijkheid is communicatie. We zijn
in staat door op deze manier te communiceren, niet alleen
vanuit corporate communicatie maar ook vanuit de interactie
die we hebben met interne communicatie en met marketingcommunicatie,
de perceptie heel sterk positief te beïnvloeden. Dat vinden
we natuurlijk nog lang niet goed genoeg, want we willen heel
graag dat dit percentage klanttevredenheid van de huidige
50 procent naar 80 procent of hoger gaat. Maar je ziet wel
dat het principe werkt. We kunnen hard maken wat onze bijdrage
is aan de onderneming."
"Vervolgens moeten we wel oppassen want alle vijf hoofddoelstellingen
zijn aspecten die de klant zegt dat hij wil, maar het zijn
allemaal dissatisfiers. Het zijn dingen waarvan de klant 100
procent verwacht, maar die je nooit 100 procent kunt leveren
en als het 100 procent is dan is het gewoon normaal. Als je
beredeneert om puur vanuit het proces dingen op orde krijgen,
gaat het hier over het wegnemen van negativiteit en dan blijf
je dus op lange termijn kwetsbaar. Toen hebben we gezegd:
"We willen meer doen dan dat." Je wilt niet alleen op die
dissatisfiers de minnen wegnemen, maar je wilt ook satisfiers
creëren. Dingen die mensen leuk vinden, waar ze meer voor
willen betalen, waar ze echt pluspunten in zien. We zijn gaan
nadenken over waar wij als onderneming nu eigenlijk voor staan?
Dit ook weer vanuit een bedrijfsbrede visie, dus waarbij zowel
de interne als de externe kant van belang is en zowel de rationele
kant (wegnemen van de dissatisfiers) als de emotionele kant
(het willen verkopen van positieve emotie) een plek hebben.
Daarop hebben we vier kernwaarden geformuleerd: Vakmanschap,
Zorg, Passie en Vrijheidsbeleving. Waarbij 'passie' en 'vakmanschap'
intern gerelateerd zijn en 'zorg' en 'vrijheidsbeleving' extern
gerelateerd zijn. Deze kernwaarden moeten leiden tot een 'turn-around'
in perceptie. Het is belangrijk dat we in de opbouw van ratio
naar emotie een geleidelijke schaal gebruiken. In de herfstcampagne
hebben we dat heel goed gedaan. Heel erg opgebouwd vanuit
zorg (de kernwaarde die de vijf hoofddoelstellingen van de
NS vertegenwoordigt) en leuk, aantrekkelijk en commercieel
gemaakt. En ik denk dat als we dit een aantal jaren succesvol
gedaan hebben, dat we dan steeds striktere commerciële proposities
kunnen gaan voeren. En dan worden we op termijn ooit een gewoon
bedrijf."
Een 'gewoon' bedrijf worden is een belangrijke doelstelling?
"Een bijzonder bedrijf zijn is leuk, maar je wilt natuurlijk
wel op een gewone eerlijke manier beoordeeld worden. Want
waarom doe je dit allemaal? De achterliggende gedachte van
bijdragen aan de business is dat je voor jezelf ondernemingsruimte
creëert. Dat je kunt doen datgene wat je moet doen voor de
continuïteit en de groei van je onderneming in het belang
van klanten en medewerkers. En daar heb je ruimte voor nodig
en niet het geëmmer met de Tweede Kamer iedere dag en het
gezeik van de media. En je ziet hoe dun die balans is. Er
zijn ondernemingen die iedereen jarenlang fantastisch vindt
en op handen draagt, bijvoorbeeld Ahold. Er hoeft maar dit
te gebeuren en opeens is alles negatief. En dan ben je lang
bezig om daar uit te komen. En dat is dan een gewone commerciële
onderneming. Het interessante hiervan is, je kunt het allemaal
rationeel voor elkaar hebben, maar daar schiet je geen donder
mee op. Je moet zorgen dat mensen van je houden. Want als
mensen van je houden kun je heel veel potjes breken."
Er is al veel besproken over de NS, maar zijn er nog dingen
die u opvallend vindt voor een organisatie als de NS?
"Wat collega's, vakgenoten en studenten nooit zo goed snappen
is dat we, omdat we niet echt een commerciële onderneming
zijn en ook niet echt een overheidsbedrijf, in een hele lastige
positie zitten. Wij zitten in die positie net als Schiphol,
de energiebedrijven, het Havenbedrijf en zo zijn er nog een
paar. Het zijn allemaal ondernemingen die een moeizaam imago
hebben. En dat is niet zo raar. Als je namelijk gewoon een
overheidsdienst bent is het heel duidelijk. Dan moet je doen
wat de overheid zegt punt. Dan wordt je afgerekend op dissatisfiers.
Als je een commercieel bedrijf wilt worden, zul je dus een
waardepropositie voor je klanten moeten hebben. Dat betekent
dat je voor sommige diensten meer laat betalen en andere niet-rendabele
diensten weer afstoot. Dat kan best, maar daar moet je wel
een duidelijke keuze in maken. En als iedere keer als dit
soort keuzes gemaakt worden, de overheid weer van z'n oude
idee terugkomt en zegt: "dit bedoelden we eigenlijk niet,
we willen het toch weer anders." Dan zit je altijd in een
soort jojo positie waarin je het nooit goed kunt doen. Vandaar
dus ook dat we liever een 'gewoon' commercieel bedrijf zouden
zijn."
Hoe bent u in deze functie terecht gekomen?
"Na mijn studie bedrijfskunde wilde ik aan de slag gaan bij
KLM met een project op het gebied van total quality management.
Ter voorbereiding daarop, heb ik een soort stageperiode gedaan
bij een pr-bureau. Toen ik daar zat bleek die baan bij KLM
niet door te gaan en zodoende ben ik bij Van Hulzen Public
Relations Adviseurs in Voorschoten gebleven. Ik ben junior
adviseur geworden en heb daar vijfeneenhalf jaar met heel
veel plezier het communicatievak geleerd en ontdekt dat je
met een gedachte vanuit bedrijfskunde heel anders tegen communicatie
aankijkt dan de meeste mensen die toch vanuit een behoorlijke
alfabenadering het vak zien. Vervolgens heb ik een jaar in
een interim-positie bij SaraLee/DE gezeten. Het verschil tussen
aan de bureauzijde staan of intern bij een organisatie zitten
is dat je intern toch veel meer duurzame verantwoordelijkheid
hebt voor hoe een onderneming in de markt staat. SaraLee/DE
is een echte marketing company, corporate-gewijs doen ze eigenlijk
bijna niets. Ik heb daar geleerd hoe belangrijk de toegevoegde
waarde van public relations aan marketingcommunicatie is.
Dat is iets wat we bij NS natuurlijk ook doen. We organiseren
vanuit corporate communicatie heel veel actiematige dingen
die je normaal gesproken helemaal niet onder corporate communicatie
zou plaatsen. Corporate communicatiemensen doen altijd hele
saaie en risicoloze dingen. Ik vind het juist leuk om spannende
dingen te doen die mensen echt triggeren en in beweging brengen."
"Ik heb bij SaraLee/DE geleerd om naar de sales kant te willen
kijken. Tegelijkertijd vond ik het daar niet zo spannend omdat
ik daar bij de corporate public relations-afdeling zat en
de spannende dingen daar alleen bij marketing gebeurden. En
toen werd ik benaderd voor een baan bij NS. NS zat toen in
het dieptepunt van de crisis. Vanuit communicatieoptiek gezien
is dat een toppunt natuurlijk, want hoe meer ellende hoe interessanter
het is. Ik ben hier in dienst gekomen één dag na de desastreus
verlopen koninginnedag in 2000 en was eerst een jaar lang
hoofd public relations. Ik ergerde mij er wezenloos aan dat
we helemaal niet één lijn trokken met wat er op de rest van
de afdeling gebeurde. Helemaal niet één lijn trokken met wat
er bij marketingcommunicatie gebeurde, bijna geen contact
hadden met de interne communicatiemensen bij de bedrijfsonderdelen.
Alleen als je één mannetje bent in zo'n club, dan krijg je
het niet voor elkaar. Maar toen een jaar later mijn baas vertrok
en ik het mocht overnemen, dacht ik: "hier ligt nu een kans
om het allemaal eens ander te gaan doen." En waar ik heel
veel plezier van heb gehad is dat ik communicatie wel snap
en ben gaan begrijpen, maar nooit als hoofddoel op zich zie.
Communicatiemensen moeten oppassen dat ze niet in de val trappen
van mijn oude leraar Duits die Duits de belangrijkste taal
van de wereld vindt. Het is niet het ultieme doel der dingen.
Dus dat ik niet vanuit een communicatieachtergrond kom geeft
mij heel veel toegevoegde waarde in het communicatiewerkveld.
Plus het feit dat ik vanuit een bureau begonnen ben en daarna
bij wat grotere organisaties aan de slag ben gegaan, want
dat leerde me om snel te schakelen op onderwerpen. Er zit
daar een enorme pro-activiteit in en dat is wat ik probeer
hier op de afdeling ook in te brengen. En dat begint geleidelijk
aan te werken."
Tot slot wil ik weten of u als communicatiemanager van
het jaar nog ambities heeft?
"Ambities houden nooit op. Ten eerste is het werk hier nog
niet klaar. We hebben heel veel bereikt in de afgelopen tweeëneenhalf
jaar door te focussen op die hoofddoelstellingen en daar vervolgens
merkbeleid aan toe te voegen. Maar de klantperceptie moet
nog steeds omhoog. Dus we moeten nog steeds meer minnen wegnemen.
We kunnen ook nog steeds veel meer doen om plussen te creëren.
En mijn rol hier op de afdeling is pas klaar op het moment
dat ik denk dat ik mijn eigen naam in het organogrammetje
kan doorstrepen en de club dan zichzelf redt in die zin dat
ze doen wat in lijn gezet is en sterker nog dat door ontwikkelen
en volhouden. Daar zijn we nog even mee bezig."
Door: