CPM
Het begon allemaal met de CPM (Cost per Mille) wat zoiets betekent
als prijs per 1000 vertoningen. Eigenlijk is deze eenheid van
het begin af aan al een verkeerde geweest. Er wordt namelijk
niets over bereik gezegd. De oorsprong van de CPM als prijseenheid
ligt in het feit dat op Internet alles geregistreerd wordt en
je dus ook daadwerkelijk per view kan afrekenen. Waar de vele
dotcommers zich tijdens de hype rijk rekenden, en elke pageview
als potentiële advertentie-inkomsten zagen, hebben velen dit
beeld moeten bijstellen en gaan de talrijke impressies zelfs
tegen de exploitanten werken. Bijna alle dotcombedrijven die
te zwaar op advertentie-inkomsten waren afgestemd zijn inmiddels
grotendeels verdwenen.
Het ontbreken van een bereikparameter in de CPM
en de grote overschotten van advertentieruimten gaan de CPM
als prijsmodel opbreken. Twee voorbeelden: als ik iemand op één en dezelfde site acht keer achter elkaar dezelfde banner
serveer, betaal ik hier acht keer voor terwijl ik maar één persoon
bereik. De enorme hoeveelheid potentiële advertentieruimte zorgt
ervoor dat vraag en aanbod uit balans is wat weer consequenties
voor de prijs heeft. Door bijvoorbeeld een bannerpositie per
tijdseenheid te gaan verkopen ben je in één keer van beide problemen
verlost. De prijs van een positie zou dan bepaald moeten worden
door aantallen en soort bezoekers.
CPC
Een andere veelgebruikte prijseenheid is de CPC (cost per
click). Dit zogeheten performance based advertising model
is een direct resultaat van de hoeveelheid overschotten die
momenteel op de markt zijn en zorgt voor een scheve verhouding
tussen adverteerder en exploitant. Veel exploitanten verkopen
hun overschotten op basis van resultaat aan kleine gespecialiseerde
partijen zonder er bij stil te staan dat dit een direct gevolg
heeft op hun eigen prijsbeleid. Het zijn immers vaak dezelfde
adverteerders die enerzijds de 'dure' CPM krijgen aangeboden
aan de voordeur maar tegelijkertijd via de achterdeur deze
dumpprijzen (CPC) krijgen voorgeschoteld. Geen wonder dat
adverteerders niets begrijpen van Internet.
Daarnaast ligt er bij de performance based advertentiemodellen
geen enkele verantwoordelijkheid bij de adverteerder, wat ook
tot vreemde situaties leidt. Het inkopen van mediaruimte moet
immers een middel zijn om bepaalde marketing(communicatie)doelstellingen
te realiseren. De eindverantwoordelijkheid voor het welslagen
daarvan ligt wel degelijk bij de adverteerder. Creatieve oplossingen
kunnen leiden tot een beter rendement van de ruimte, terwijl
dat bij de performance based modellen dus niet uitmaakt. Deze
manier van adverteren is voor adverteerder vrij risicoloos omdat
'resultaat' gegarandeerd is. Tenminste als je een click op een
banner wil bestempelen als resultaat. Twee opmerkingen waarom
ik denk dat dit model geen lang leven beschoren is zijn: de
exploitant zal clicks op welke wijze en waar dan ook maar genereren.
Er is daarbij geen enkele kwaliteitsgarantie. En daar gaat het
nou juist om: de kwaliteit van de click, uitgedrukt in de vervolgacties
die de bezoeker onderneemt op de site van de adverteerder. De
realiteit is helaas anders; Er zijn zelfs exploitanten die niet
eens communiceren waar de clicks gerealiseerd worden.
CPA, CPL of CPS
Andere varianten uit de performance based advertising school
zijn de CPA (Cost per action) CPL (Cost per lead) of CPS (Cost
per sale). Bij deze modellen is wel rekening gehouden met
de kwaliteit van de clicks en wordt er alleen betaald voor
kwalitatieve respons. Ook hier is sprake van een scheve verhouding
tussen adverteerder en exploitant. De exploitant heeft namelijk
geen invloed op de site van de adverteerder en allerlei belangrijke
zaken zoals snelheid van laden, navigatie en bereikbaarheid,
iets wat nauw samenhangt met de beloningsstructuur. Een variant
waarbij meer evenwicht is tussen exploitant en adverteerder
zijn de zogenaamde hybride modellen waarbij de adverteerder
een vast bedrag betaalt en bonussen uitkeert per click, lead,
sale of andere acties op de site van de adverteerder. Op deze
manier ligt er druk bij beide partijen om goed te presteren.
Voor mijn gevoel is deze variant van performance based adverteren
het meest levensvatbaar. Er zijn cases bekend waarbij de exploitant
aan een dergelijke constructie meer kreeg betaald dan als
de campagne op CPM was ingekocht.
Met al deze verschillende modellen kan je
niet echt spreken van een eenduidig prijsbeleid. Belangrijk
is dus dat er meer lijn in komt. Sommige exploitanten proberen
al deze modellen naast elkaar te verkopen, wat wel aangeeft
dat de markt zelf ook zoekende is. Voor mijn gevoel moet de
nadruk veel meer komen te liggen op bereik, iets wat in alle
andere media de basis vormt voor het prijsbeleid. Daarnaast
zou het de markt ook ten goede komen als de overschotten worden
teruggedrongen. Een voor de hand liggende optie is het aantal
bannerposities terug te brengen en deze per tijdseenheid te
verkopen (week, maand afhankelijk van de grootte van de site)
Op deze manier kan vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd
worden waardoor een stabieler prijsbeleid mogelijk wordt.
En dat is in ieders belang.
Door:
De Auteur heeft aan de Rijks Universiteit
Utrecht Sociale Wetenschappen gestudeerd met als specialisatie
Media Psychologie en is momenteel werkzaam als online media
adviseur bij @breakaway. @breakaway is een bedrijf dat adverteerders
adviseert over het optimaal benutten van Internet voor marketingdoeleinden.