Tegelijk met de invoering van de mediawet (1
januari 1988), werd het Commissariaat voor de Media opgericht.
Een zelfstandig bestuursorgaan dat tussen de politiek en de
omroepen is gaan staan. De voornaamste taak van het Commissariaat
is het toezien op de naleving van de mediawet en de daarop gebaseerde
regels. Hieronder valt sinds 2001 ook het monitoren van mediaconcentraties.
Over dit laatste verscheen afgelopen mei (2003) het rapport;
Mediaconcentratie in beeld. Concentratie en pluriformiteit van
de Nederlandse media 2002.

Uit deze monitor blijkt dat de Nederlandse
media sterk geconcentreerd zijn. De "wet van drie" handhaaft
zich in de dagblad- televisie- en kabelsector: in elk van
de sectoren zijn drie aanbieders dominant met een totaal marktaandeel
van tussen de tachtig en negentig procent. Een verdere horizontale
concentratie is volgens het Commissariaat ongewenst. Daarnaast
valt het op dat aanbieders steeds internationaler worden.
Dit geldt voor commerciële televisie, de belangrijkste commerciële
radiozender, publieks- en vakbladensector en producenten.
Er is een toenemende tendens naar diagonale concentratie (cross-ownership),
waarbij uitgevers van dagbladen of tijdschriften ook commerciële
televisie bedrijven.

Pluriformiteit
Over de pluriformiteit op titelniveau is er in Nederland in
het algemeen sprake van een groot aanbod aan kranten, radio-
en televisiezenders en nieuwssites op internet. Bij de dagbladen
loopt het aantal titels van de regionale en lokale pers terug.
Het aantal radiozenders stabiliseert en het aantal buitenlandse
televisiezenders neemt toe. Specifieker bekeken constateert
het Commissariaat dat de landelijke kranten zich kunnen handhaven,
hoewel de bezuinigingen duidelijk voelbaar worden.

De pluriformiteit bij radio en televisie is
groot en vraagt daarom nauwelijks om bijstelling. De landelijke
publieke omroep biedt het meest pluriforme aanbod. Bij de
commerciële zenders bieden RTL 5 en SBS6 de meest pluriforme
programmering. Bij de publieke omroep is er naast veel informatie
ook aandacht voor achtergronden, godsdienst, levensbeschouwing
en educatie. De publieke omroep brengt meer amusement in de
vorm van quizzen, cabaret en satire en doet meer aan sport,
muziek en kinderprogramma's. De commerciële omroepen brengen
veel meer fictie, zoals films en series en besteden meer tijd
aan Nederlands drama. De sterkste voorkeur van het publiek
gaat uit naar fictie en daaropvolgend naar informatie. De
programmering van de commerciële omroep is erg afhankelijk
van de mogelijkheden voor aanvullende programmafinanciering
zoals sponsoring, sms-inkomsten, en concepten met merchandising.
Ook is het aantal homeshopping-programma's explosief gegroeid.

De pluriformiteit op de radio is vooral door
het aanbod van de publieke omroep groot. Voor een evenwichtig
bestel zouden volgens het Commissariaat ook de commerciële
omroepen een gevarieerder aanbod moeten bieden. Via de frequentieverdeling
is aangestuurd op een commerciële nieuwszender, een klassieke
muziekzender en een zender voor Nederlandstalige muziek. De
pluriformiteit van het radiobestel wordt ook nu, na de frequentieverdeling
nauwlettend gevolgd.
De bijdrage van internet aan de pluriformiteit
van de informatievoorziening is beperkt. Inhoudelijk is het
nieuws sterk gekoppeld aan wat dagbladen en omroep al brengen.
Veel nieuws is afkomstig van het persbureau ANP. De toegevoegde
waarde van internet kan vooral gevonden worden in de toegankelijkheid,
het aanbod en de gebruiksstructuur.

Aanbevelingen
Op basis van de monitoring heeft het Commissariaat voor de
Media een aantal aanbevelingen gedaan die betrekking hebben
op de beperking van verdere horizontale concentratie en de
stimulering van de pluriformiteit van de informatievoorziening.
Het Commissariaat beveelt aan wetgeving op te nemen voor een
maximum marktaandeel van dagbladen en commerciële televisie
van respectievelijk 33 1/3 en 30%. Het dagbladpercentage is
afgeleid van de code die destijds door de uitgevers is opgesteld.
Het maximum marktaandeel voor commerciële televisie biedt
waarborgen dat er naast de publieke omroep twee verschillende
commerciële aanbieders blijven. Wetgeving voor andere soorten
media is op dit moment niet noodzakelijk. Gelet op de ontwikkelingen
van het internet en de convergentie tussen de media, alsmede
de mogelijke inhoudelijke journalistieke meerwaarde die samenwerking
tussen media kan opleveren is het Commissariaat een voorstander
van versoepeling van de cross-ownership beperkingen. Maar
net als bij horizontale concentraties, moet er dan wel een
maximum gesteld te worden aan het marktaandeel van het andere
medium.

Door nauwlettend de bewegingen van mediabedrijven
te volgen wil het Commissariaat een beeld geven van de effecten
van machtsconcentraties. Zowel op het gebied van inhoud, als
op het gebied van transport en distributie. De monitor presenteert
geregeld overzichten van de stand van zaken. Op www.mediamonitor.nl
kun je de belangrijkste veranderingen op de voet volgen.
Door:
De auteur heeft Communicatiewetenschap
gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn studie
werkte hij als junior pr-adviseur bij een middelgroot pr-bureau
in Amsterdam. In 2003 richtte hij samen met zijn broer het
full-service bureau Breeduit! Marketing, Communicatie en PR
op. Hier werkt hij momenteel op diverse accounts.
Bronnen: www.cvdm.nl | www.mediamonitor.nl