home
vakgebieden vakinformatie carrière student
 
Untitled Document
vakgebieden
strategie
reclame
direct marketing
public relations
sponsoring

event marketing
internet & ...
media
vakinformatie
carrière
student
Over deze site
artikel Leesbare teksten
24-04: stop met voor-zetseluitdrukkingen
Lees verder!
column Afloop met een sisser
04-04: je bent jong en je wilders wat
Lees verder!
home / vakgebieden / media / artikelen / Media in Nederland 2006: Socio-demografie
Media in Nederland 2006: Socio-demografie
{Tekstinleiding}
 
Het medialandschap wordt steeds digitaler. Naar verwachting zal in 2020 maar liefst 80% van alle media digitaal zijn, aldus Carat, de makers van het mediafeitenboekje 2006. En het mediagebruik van de consument zal daarbij met 30% toenemen ten opzicht van nu. Maar hoe ziet het medialandschap anno 2006 eruit? Communicatiecoach.com ging op ontdekkingstocht en doet verslag in een aantal artikelen. In dit artikel de socio-demografie van Nederland, oftewel Nederland beschreven in cijfers.

Belangrijk voor de mediaplanner zijn socio-demografische gegevens, oftewel: de kenmerken van doelgroepen waarop kan worden geselecteerd, zoals geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en woonplaats. Hieronder de kerncijfers 2005:
  • Totale bevolking in Nederland: 16.335.509
  • Aantal huishoudens: 7.090.965
  • Aantal eenpersoonshuishoudens: 2.449.378
  • Aantal meerpersoonshuishoudens: 4.641.587
  • Gemiddelde leeftijd: 39
  • Aantal alleenstaanden: 2.566.502
  • Aantal grootouders: 3.345.000
  • Eerste generatie allochtonen: 1.606.664
  • Tweede generatie allochtonen: 1.516.053
  • Immigratie: 94.109
  • Emigratie: 75.049
  • Gemiddeld aantal personen per huishouden: 2,3
  • Bruto modaal inkomen: € 29.500,-
  • Binnenlands Bruto Product per inwoner: € 31.711,-
  • Aantal mannen: 6.640.000 (49,2%)
  • Aantal vrouwen: 6.858.000 (50,8%)

Geografisch kan Nederland worden verdeeld in postcodegebieden en in Nielsen gebieden. De postcodegebieden zijn uiteraard bekend van de post, daar hoeft weinig meer over te worden verteld. Hier vind je een overzicht van de postcodegebieden in Nederland. De Nielsengebieden worden onder meer gebruikt door landelijke media zoals dagbladen en ook outdoor exploitanten. Nielsen hanteert 5 gebieden:

  • Nielsen I: 2.057.000 (15,2%)
    Amsterdam (+ Diemen, Ouder-Amstel, Amstelveen, Landsmeer), Rotterdam (+ Schiedam, Capelle a/d IJssel, Krimpen a/d IJssel, Nederlek, Ridderkerk, Barendrecht, Albrandswaard), 's-Gravenhage (+ Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar, Wateringen)
  • Nielsen II: 3.927.000 (29,1%)
    Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, excl. Nielsen I
  • Nielsen III: 1.415.000 (10,5%)
    Groningen, Friesland, Drenthe
  • Nielsen IV: 2.919.000 (20,9%)
    Overijssel, Gelderland, Flevoland
  • Nielsen V: 3.279.000 (24,3%)
    Zeeland, Noord-Brabant, Limburg

Aantal inwoners per provincie
In onderstaande tabel (CBS, over 2005) vind je een overzicht van het aantal bewoners per provincie, het aantal eenpersoonshuishoudens per provincie en het aantal woningen per provincie.

Provincie Inwoners Eenpersoons-huishoudens (%) Aantal woningen
Groningen 575.072 39,4 247.483
Friesland 642.977 32,2 271.500
Drenthe 483.369 28,2 199.076
Overijssel 1.109.432 31,0 442.319
Flevoland 365.859 27,2 139.841
Gelderland 1.972.010 31,3 775.955
Utrecht 1.171.291 36,5 476.026
Noord-Holland 2.599.103 40,5 1.166.013
Zuid-Holland 3.458.381 37,3 1.508.403
Zeeland 379.978 30,9 168.002
Noord-Brabant 2.411.359 30,2 977.896
Limburg 1.136.695 31,3 486.205

Leeftijd
Hieronder vind je voor media de meest gangbare leeftijdsindeling.

leeftijd

Aantal

Percentage

13-14

488.000

3,6

15-24

1.848.000

13,7

25-34

2.256.000

16,7

35-49

3.774.000

28,0

50-64

2.988.000

22,1

65 jaar en ouder

2.144.000

15,9

Op de site van het CBS kun je de leeftijdsopbouw van Nederland bekijken per jaar en per geslacht in de periode 1950 tot 2050.

Welstand
Een in Nederland gangbare indeling in sociale klassen is de differentiatie in welstandsklassen. Bij deze indeling zijn onder meer inkomen, beroep en opleiding(sniveau), leeftijd en mate van leidinggeven de indelingscriteria. Er worden in Nederland globaal drie groepen, waarin vijf welstandsklassen worden ingedeeld, onderscheiden. De zijn de hoogste, welvarende groep of 'upper class' (A), de middenklasse of 'middle class' (B1 en B2) en de volksgroep of 'lower class' (C en D).
  • Welstandsklasse 1: 3.130.000 (23,2%)
    De hoogste welstandsklasse A bestaat traditioneel uit directeuren van grote bedrijven, hoog opgeleide specialisten zoals topambtenaren, hoge ambtenaren en staffunctionarissen, zelfstandige beoefenaars van vrije beroepen en politici.
  • Welstandsklasse 2: 2.595.000 (19,2%)
    De bovenlaag van de middengroep, de hoger middenklasse B1, omvat directeuren van middelgrote ondernemingen, de wat grotere bedrijven uit de middenstand, en daarnaast ambtenaren en kantoorpersoneel in semi-hoge posities.
  • Welstandsklasse 3: 2.877.000 (21.3%)
    De onderlaag van de middenklasse, de lagere middenklasse B2, bestaat uit personen in 'witte-boorden' (white collar)-beroepen en specialistisch- technische beroepen. Hier vinden we directeuren van kleine ondernemingen, eigenaars van de wat kleinere bedrijven uit de middenstand (voor zover deze niet vallen onder de 'kleine middenstand'), alsmede ambtenaren en kantoorpersoneel in de middenposities.
  • Welstandsklasse 4: 4.039.000 (29,9%)
    De kleine middenstand, lagere ambtenaren, lager technisch en kantoorpersoneel en geschoolde arbeiders vallen onder welstandsklasse C, de minder welgestelden. Samen met de B2-groep vormen zij de 'zwijgende meerderheid' of de 'modale Nederlander', ruim de helft van ons volk.
  • Welstandsklasse 5: 857.000 (6,4%)
    Een klein deel van de volksgroep leeft vrijwel onder het bestaansminimum (de 'echte minima') en valt daarmee in welstandsklasse D. Dat zijn degenen die van hun AOW, al dan niet aangevuld met een klein pensioen, moeten rondkomen, en daarnaast ongeschoolde arbeiders en werklozen met een minimumuitkering ('uitkeringsgerechtigden').

Inkomen
Nederland wat betreft inkomen is verdeeld in 4 klassen, waarbij de vierde klasse de 'weet niet'-klasse is.

Inkomensklasse

Aantal

Percentage

Laag (< 23.000)

2.751.000

20,4

Midden (23.000 - 34.000 euro)

2.583.000

19,1

Hoog (> 34.000)

5.108.000

37,8

Weet niet

1.420.000

10,5

Opleidingsniveau

In onderstaande tabel het opleidingsniveau in Nederland met de aantallen erachter.

Opleidingsniveau

Aantal

Percentage

Universiteit

1.125.000

8,3

HBO

2.382.000

17,6

Havo/Vwo

1.105.000

8,2

MBO

4.305.000

31,9

Mavo

1.573.000

11,7

LBO

2.298.000

17,0

Lager onderwijs

682.000

5,0

Beroep
Hoeveel mensen zijn er werkzaam in Nederland.

Beroep

Aantal

Percentage

Werkzaam in beroep

7.205.000

53,4

Studerend

1.586.000

11,8

Huisvrouw/-man

2.832.000

21,0

Anders

1.875.000

13,9

In het volgende artikel de mediabestedingen in Nederland anno 2006.

Door:

Naast bedenker en 'man achter' Communicatiecoach.com is de auteur initiatiefnemer van zustersites Amcinfo.nl, Communicatiestudent.nl en Communicatieplan.net. Verder heeft hij zijn eigen (arbeidsmarkt)communicatiebureau Nr29 en is hij als adviseur arbeidsmarktcommunicatie verbonden aan de TU Delft. Hiervoor is hij jarenlang actief geweest in diverse functies op het gebied van marketing en communicatie bij IT en netwerkbedrijf BT.

Bronnen: Mediafeitenboekje 2006, Carat | CBS | TPG Post | Cebuco | NOM Doelgroep Monitor 2005

 
16-05-2008 | Online advertentiemarkt groeit in Q1
16-05-2008 | Rabobank adverteerder v/h jaar
14-05-2008 | 2/3 positief over sponsoring O.S.
07-05-2008 | Gouden Roos voor Avro's The phone
02-05-2008 | EK-voetbal goed voor supermarkten

BEKIJK HET ARCHIEF | ZOEK IN HET ARCHIEF

 
Google
 
     
  Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van wat gebeurt op het gebied van marketing & communicatie. Ontvang maandelijks de gratis Communicatiecoach.com nieuwsbrief boordevol nieuws, artikelen, evenementen, vacatures en meer.
Klik hier om je in te schrijven voor de nieuwsbrief >>>
CommunicatieMedia Naar de homepage