| Bereik
|
|
Het aantal personen dat met een uiting/medium is geconfronteerd.
Dit wordt ook wel mediumbereik of leesbereik genoemd.
|
| Bereik,
bruto (Gross Rating Points, GRP) |
|
Het
totaal aantal contacten in een mediaplan. Dit wordt
ook wel uitgedrukt in procentpunten van de doelgroep
en kan meer dan 100 bedragen (1% is 1 punt). In tegenstelling
tot nettobereik worden personen die meerdere malen zijn
bereikt ook meerdere keren geteld. Brutobereik kan zowel
in absoluten worden uitgedrukt als in procenten en kan
worden berekend voor een reeks programma's, tijdvakken
en/of commercials. In formulevorm ziet het er zo uit:
Brutobereik
=
nettobereik x gemiddelde contactfrequentie
|
|
|
| Bereik, cumulatief |
|
Aantal personen dat na enige verschijningen of uitzendingen
ten minste 1 keer is geconfronteerd met het medium of
de reclameboodschap. Bij televisie is het cumulatief
bereik gelijk aan het nettobereik van verschillende
programma's. Hierbij moet worden aangegeven welk deel
van een programma minimaal gezien moet worden om het
programma voor het cumulatief bereik mee te laten tellen.
|
| Bereik,
doelgroep |
|
Doelgroepbereik is het aantal personen binnen de te bereiken
doelgroep dat met een uiting/medium is geconfronteerd. |
|
Bereik, effectief |
|
Een
reclameboodschap is vaak slechts effectief als ze een
aantal keren herhaald is. Stel een effectieve communicatie
vindt plaats na (gemiddeld) vier contacten, dan is het
effectief bereik het percentage van de doelgroep dat
vier of meer keer bereikt wordt. Vb.: het bereik (1+
contact) van een plan is 70%, het effectief bereik (4+
contacten) is 30%.
|
|
|
| Bereik,
gezin |
|
Gezinsbereik
is het aantal huishoudingen dat met een bepaald medium
wordt geconfronteerd. Bij persmedia wordt dit ook wel
brievenbusbereik genoemd en bij ethermedia toestelbereik. |
| Bereik,
netto |
|
Netto
bereik is het aantal personen binnen de doelgroep, dat
tijdens een serie uitzendingen minimaal een keer heeft
gekeken (is bereikt). Nettobereik kan in een percentage
of in absolute aantallen worden uitgedrukt. Er zijn
drie soorten netto bereik: zenderbereik, programmabereik
en spotbereik. In formulevorm
ziet het er zo uit:
Nettobereik
=
brutobereik/gemiddelde contactfrequentie
|
| Bereik,
reclame |
|
Reclamebereik
is het aantal (potentiële) kopers dat een gedeelte
van het medium, waarin de uiting staat, heeft waargenomen.
Dit wordt ook wel paginabereik genoemd. |
|
|
| Contactfrequentie
|
|
aantal
keren dat een persoon uit een bepaalde doelgroep de commercial
heeft gezien. |
| Contactfrequentie,
gemiddeld
|
|
Het gemiddelde aantal contacten dat het deel (van de
doelgroep) dat tot het nettobereik behoort met de ingeschakelde
(reclame)minuten heeft gehad. In formulevorm
ziet het er zo uit:
Gemiddelde
contactfrequentie
=
brutobereik / nettobereik.
|
| Contactfrequentie-verdeling |
|
Geeft
de opbouw aan van de contactfrequentie: welk percentage
van de doelgroep heeft de commercial één keer gezien,
welk percentage twee maal enz.
|
|
|
|
Contactfrequentie-verdeling, cumulatief |
|
De
verdeling van het aantal personen dat met een bepaalde
reeks commercials minimaal 1, minimaal 2, minimaal 3
of minimaal .n contacten heeft gehad als percentage
van de doelgroep.
|
| Fractie, netto
|
|
Netto fractie is dat deel van het programma dat door
de kijkers (personen die minimaal 30 seconden hebben
gekeken) gemiddeld van een programma is gezien, waarbij
nettofractie = 1.00 betekent dat alle kijkers het programma
in zijn geheel hebben gezien.
|
| GRP (Gross
Rating Point)
|
|
Één
GRP is 1% kijkdichtheid binnen een bepaalde doelgroep.
Deze term gebruikt men als men spreekt over kijkdichtheden
van commercials, ongeacht de lengte van een commercial
en de omvang van de doelgroep. Hoeveel kijkers een GRP
vertegenwoordigt, hangt af van de omvang van de doelgroep
in de populatie. Het totaal aantal GRPs dat een reclamecampagne
behaalt, is gelijk aan het brutobereik. Dit getal is
tevens gelijk aan het produkt van het nettobereik en
de gemiddelde contactfrequentie. Als dit produkt weer
gedeeld wordt door het aantal ingeschakelde spots/minuten
verkrijgt men de gemiddelde kijkdichtheid.
|
|
|
| GRP-pakket |
|
In een GRP-pakket wordt een aantal van tevoren vastgestelde
GRPs voor een vast bedrag verkocht. Dit aanbod impliceert
de garantie dat voor dit bedrag ten minste het aantal
van tevoren vastgestelde GRPs wordt gerealiseerd. |
| Inheritance
50+%
|
|
Het
percentage kijkers dat minimaal 50% van een programma
heeft gezien en dat tevens minimaal 50% van het hieraan
voorafgaande programma heeft gezien, onafhankelijk of
zij onderbroken of ononderbroken naar deze programma's
hebben gekeken.
|
|
|
| Kijkdichtheid |
|
Het
gemiddeld percentage kijkers gedurende een programma,
tijdvak, reclameblok of reclamespot. Dit wordt bepaald
door het aantal personen dat een bepaald minimaal deel
(bijvoorbeeld 50%) van bijvoorbeeld het programma heeft
gekeken. De minimale tijdsduur waarover kijkdichtheid
wordt gerapporteerd noemen we een 'tijdsunit'. Deze
beslaat meestal 15 seconden, 30 seconden of 1 minuut.
- De kijkdichtheid
van een tijdsunit is gelijk aan het aantal personen
dat een bepaald minimaal deel van de tijdsunit heeft
gekeken. Er bestaan verschillende vormen: minimaal
1 seconde gekeken, minimaal de helft van de tijdsunit
gekeken of minimaal de gehele tijdsunit gekeken.
- De gemiddelde
kijkdichtheid van een programma is gelijk aan het
gemiddelde van de kijkdichtheden van de tijdsunits
waaruit dat programma bestaat.
- De kijkdichtheid
van een reclamespot waarvan de duur korter is dan
1 tijdsunit is gelijk aan de kijkdichtheid van de
tijdsunit waarin het grootste deel van de spot valt.
De minuut
waarin een programma of tijdvak begint en eindigt, wordt
afgerond op hele minuten. Wanneer een programma X bv.
begint om 18.00.40 uur en eindigt om 18.15.50 uur, dan
wordt de kdh van programma X berekend door het gemiddelde
percentage kijkers per seconde te berekenen van 18.00.00
uur tot en met 18.16.00 uur.
|
|
|
| Kijkkans
|
|
De kans dat een respondent tijdens een bepaald tijdvak
naar de televisie kijkt. Elk kwartaal worden twee bestanden
met kijkkansen beschikbaar gesteld aan de afnemers van
het CKO. Een bestand betreft kijkkansen per uur per
dag van de week voor alle reclameblokken op een aantal
tv-zenders. In een tweede bestand worden de kijkkansen
berekend per kwartier voor alle uitzendingen (zonder
selectie op reclameblokken). Beide bestanden worden
geleverd op respondentniveau samen met alle achtergrondkenmerken.
|
| Kijktijd |
|
Kijkdichtheid / (100x totale mogelijke kijktijd). |
| Kosten
per GRP (K/GRP) |
|
De
kosten per GRP (standaard op basis van 30 seconden)
geven aan hoeveel de adverteerder moet betalen om 1%
kijkdichtheid te halen binnen een bepaalde doelgroep.
Dit cijfer drukt de kostenefficiency uit van een specifiek
blok of een reeks blokken. De k/grp zijn voor tv-planners
een belangrijk gegeven bij het inkopen van reclamezendtijd
op televisie. In formulevorm
ziet het er zo uit:
K/grp = reclamebloktarief/gemiddelde
kdh
|
|
|
| Marktaandeel
|
|
Het
percentage kijkers naar een bepaalde programma of zender,
gepercenteerd op het totale kijkerspubliek.
|
| Reclameminuut |
|
De minuut waarin een reclamespot begint. Wanneer een
reclamespot X begint om 20.25.40 uur en eindigt om 20.26.10
uur (30 seconden), loopt de reclameminuut van 20.25.00
tot en met 20.26.00 uur (60 seconden). De reclameminuut
is de eenheid waarmee bv. spot khd wordt berekend.
|
| SKO |
|
In
2000 is het SKO (Stichting KijkOnderzoek) opgericht om
in gezamenlijkheid met adverteerders (BVA), mediabureaus
(PMA) en NOS de organisatie van het bereiksonderzoek voor
televisie vorm te geven. |
| SPOT |
|
Stichting
tot Promotie en Optimalisatie Televisiereclame.
|
| Spot
|
|
Tijdsruimte,
bestemd voor het uitzenden van een radio- of televisiecommercial.
Een adverteerder koopt bv. voor een campagne 50 spots
van elk 30 seconden en laat daarvoor 2 commercials vervaardigen. |
| Spot
kijkdichtheid |
|
Het gemiddelde percentage kijkers per seconde gedurende
de minuut waarin een reclamespot begint.
|
|
|