Een
mooie nieuwe order, de introductie van een nieuw product,
nieuwe medewerkers. Allemaal aanleidingen voor een bericht
richting de media. Een journalist op een gemiddelde redactie
ontvangt tientallen berichten per dag. Slechts vijf procent
is goed genoeg voor publicatie. Het overgrote merendeel belandt
in de prullenbak. Enerzijds omdat de redactie nu eenmaal een
selectie moet maken, anderzijds omdat veel berichten slecht
zijn opgesteld. Een persbericht heeft wel kans van slagen
als het een belangrijke mededeling bevat, helder is geschreven
en op het juiste moment én op de juiste manier is verzonden.
Een goed persbericht bevat echt nieuws en dient van betekenis
te zijn voor het medium. Een lokaal evenement is dus eerder
interessant voor een lokale krant dan voor nationale TV. Natuurlijk
kan een lokaal evenement wel interessant genoeg zijn voor
nationale media. Wat voor het ene medium relevant is, is niet
direct bruikbaar voor het andere. Hou goed voor ogen of het
nieuwsbericht past bij het medium waar je het naar toestuurt.
Een persbericht is feitelijk en geen reclametekst. Superlatieven
of een weelde aan bijvoegelijke naamwoorden schrikt af. Ten
derde dient een ondernemer de waarheid te vertellen. Laat
je collega's het bericht checken.
Free publicity
Free publicity of publiciteit is een van de onderdelen van
de public relations. Er zijn echter nogal wat onduidelijkheden
omtrent publiciteit. Zo denken marketeers en ondernemers,
die ruim veertig uur per week met hun product bezig zijn,
dat heel de wereld er op zit te wachten. En dat de nationale
journalisten staan te popelen om te berichten over hun bedrijf
wereldkundig te maken. Nog erger: marketeers denken dat free
publicity een alternatief is voor reclame. Marketing-technisch
klopt dat niet, journalistiek al helemaal niet! Sommige marketeers
denken een goedkope techniek in handen te hebben die werkt
in plaats van reclame, waar men uiteraard wel betaald voor
plaatsing.
Reclame en PR zijn absoluut niet inwisselbaar;
in een goed communicatieprogramma zijn ze juist complementair.
Reclame is essentieel in het bereiken van grote groepen mensen,
verschillende keren achter elkaar. Een publiciteitsactie is
vaak een eenmalige actie. De grote voordelen van publiciteit
zijn dat het bereik in een medium groot is (mensen lezen meer
redactionele berichten dan commerciële advertenties) en dat
door de veronderstelde objectiviteit van de journalist en de
autoriteit van het medium het bericht als geloofwaardig wordt
beschouwd. Het is logisch dat journalisten een hekel hebben
aan de term free publicity. Het veronderstelt dat een marketeer
over hun rug reclame voor zichzelf maakt; dat jij de journalist
voor zijn karretje spant. Een medium is niets meer waard als
ze reclame met nieuws gaat verwarren!
- Bepaal de nieuwswaarde/haakje
Een goede publiciteitscampagne begint met een gedegen boodschapontwikkeling.
'Wat is nieuws en voor wie?' Er is een groot verschil tussen
commerciële boodschappen en journalistieke boodschappen.
Voor commerciële berichten is er de advertentie-afdeling.
Bouw ook eigen geloofwaardigheid op bij media. Stuur dus
niet om elk wissewasje of ontwikkeling een persbericht,
maar doe dat alleen als je echt iets te melden hebt.
- Zorg voor goede informatie
Wees altijd voorbereid op belangstelling van de pers, ook
als je niets pro-actief meldt. Zorg dat documentatiemateriaal
voorradig is. Niet alleen een brochure, maar ook jaarverslagen,
organogrammen en curricula vitae.
- Bouw een actueel persbestand op
Op redacties vinden vaak wisselingen plaats. Ook contactgegevens
veranderen regelmatig. Adressen van de lokale pers vind
je in de stads- of gemeentegids. Een overzicht van nationale
kranten en tijdschriften kun je vinden op internet. Het
Handboek voor Pers en Publiciteit is een must voor iedere
PR- of publiciteitsverantwoordelijke.
- Artikel ter inzage
Een artikel zien voor publicatie is niet heel gebruikelijk.
Alleen als daar gegronde redenen voor zijn, kun je dat vragen
aan de journalist. Als hij instemt, reageer dan ook onmiddellijk
en alleen op feitelijke onjuistheden. Ga geen alinea's herschrijven
omdat je vindt dat je mooier kunt formuleren.
- Off the record bestaat niet
Alles wat je zegt, komt in de krant. Het komt nogal eens
voor dat er aan het einde van het gezellige interview, onder
het genot van een laatste kopje koffie een saillant verhaal
naar voren komt. Het interview was al afgesloten, de pen
opgeborgen en de bandrecorder uit: toch staat het de volgende
dag in de krant. Als je iets niet in de krant wil hebben,
zeg het dan ook niet.
Opzet van het persbericht
Een persbericht is opgebouwd volgens met een aantal standaardelementen.
Boven ieder persbericht staat 'persbericht'. Daarna volgt
de kopregel eventueel met chapeau. In de kopregel staat het
nieuws, in het chapeau een toelichting op de kopregel. In
de lay out staat de kopregels in kapitalen (hoofdletters)
en de chapeau schuingedrukt. De kopregel bevat de essentie
van het bericht en spoort de journalist aan om verder te lezen.
Heb niet de illusie dat de redacteur de kopregel één-op-één
overneemt: hij bepaalt het nieuws en is vaak ook eigenwijs
genoeg om zelf een kop te formuleren.
Daarna volgt de lead. De lead is de eerste alinea
van een persbericht met daarin het de antwoorden op de belangrijkste
vragen: wie, wat , waar, wanneer, waarom. De 'hoe'-vraag kan
in de lead of in de basistekst worden beantwoord. De antwoorden
op die vragen moeten in maximaal vijftig woorden gegeven worden.
Om een lead onderscheidend te maken van de rest van het bericht
is deze vaak vetgedrukt. Het taalgebruik van een persbericht
is zakelijk en concreet. Vermijd het gebruik van superlatieven
of commerciële en subjectieve bijvoegelijke naamwoorden zoals
de grootste, de beste, heerlijke, mooie. Ook het gebruik van
vage termen zoals 'vrij vaak, tamelijk, regelmatig' zijn not
done. Ook dient de ondernemer uit te kijken met jargon: wat
voor hem vanzelfsprekend lijkt is vaak voor een algemene journalist
onbegrijpelijk.
Een redactie werkt onder grote druk. Zij moet
dikwijls dagelijks, soms wekelijks, een eindproduct afleveren.
Hou daar rekening mee. Dat betekent dat zeuren of veel tijd
claimen, ergernis opwekt. Onervaren PR-mensen willen hun persbericht
nog wel eens voorzien van een begeleidend schrijven waarin staat "hierbij verzoek ik u bijgevoegd persbericht op te nemen in
uw blad". Dat zet kwaad bloed: immers iedere journalist veronderstelt
dat zij onafhankelijk is. Zoek juist naar manieren om het nieuws
op een beknopte maar heldere wijze onder zijn aandacht te brengen.
Ieder persbericht wordt afgesloten met basisinformatie over
de afzender. Onder het persbericht staan ook de naam en het
telefoonnummer van de afzender. Mocht de journalist behoefte
hebben aan aanvullende informatie, vragen willen stellen of
een interview willen afnemen, dan weet hij waar hij terecht
kan.
Volgorde van communiceren
In ieder basisboek communicatie staat dat je eerst intern moet
communiceren. Stel eerst de eigen medewerkers op de hoogte van
een bepaald nieuwsfeit alvorens naar buiten te treden. Het is
kwalijk als de eigen medewerkers een bepaald nieuwsfeit uit
de krant moeten vernemen. Interne communicatie komt dus voor
publiciteit. Reclame komt echter erna. Wanneer je een nieuw
product introduceert, informeer dan eerst de pers, als je wilt
dat er redactionele aandacht aan wordt besteed. Als je al geadverteeerd
hebt en men is al bekend met het nieuwe product dan is het geen
nieuws meer.
Tegenwoordig zijn er verschillende manieren om
berichten te verzenden. Vroeger was post gebruikelijk, tegenwoordig
kunnen persberichten ook verstuurd worden per fax of mail. In
ieder geval dient de ondernemer zo specifiek mogelijk te versturen
- ook in het kader de journalist het gemakkelijk te maken. Zo
stuur je een bericht bijvoorbeeld niet aan "de redactie van.."
maar aan de "redactie Economie van.." of nog liever naar de
juiste journalist. Voor urgent nieuws, dat de volgende dag in
de krant moet, is fax het beste middel. Voor minder urgent nieuws,
waar ook bijlagen of foto's worden bijgevoegd, is post de beste
optie. Mail is gepast als je precies weet wie je moet hebben.
Een attachement (bijlage) per mail versturen is zeer ongebruikelijk.
Illustratiemateriaal, zoals foto's of tekeningen, dienen te
worden voorzien van een beschrijving op de achterzijde. Een
korte beknopte toelichting op de afbeelding is voldoende. De
kosten van een illustratie zijn voor jouw rekening. Vraag geen
illustratiemateriaal retour, ook al wordt het niet geplaatst.
Door:
De auteur studeerde Communicatie aan de
Fontys Hogeschool in Eindhoven. In 2002 startte hij zijn eigen
communicatiebureau Creemers Communicatie in Amsterdam. Daarvoor
werkte hij bij het internationale communicatie-adviesbureau
Hill and Knowlton en diverse reclamebureaus.