In een tweetal artikelen zal organisatiecultuur
onder de loep worden genomen. In dit eerste artikel komt de
theorie aan bod. In het tweede artikel de praktijk en dan
met name de (on)mogelijkheden van cultuurverandering.
Historie
Opmerkelijk genoeg is organisatiecultuur in de organisatiekunde
vanaf de jaren zeventig vooral benaderd als een van de organisatie-elementen,
zoals strategie of structuur. De nadruk is meer komen te liggen
op cultuur, toen auteurs als Peters & Waterman bewijs leverden
dat organisaties vooral het gewenste (bedrijfs)resultaat behaalden
op basis van een bewust in stand gehouden cultuur. Deze organisaties
werden ook al snel betiteld als organisaties met een sterke
bedrijfscultuur. Vanaf dat moment zijn verscheidene disciplines
hun aandacht gaan richten op het fenomeen cultuur.
Zoveel disciplines, zoveel definities
Over cultuur zijn inmiddels boekenplanken vol geschreven.
Een van de belangrijkste en invloedrijkste auteurs is Edgar
H. Schein. Van oorsprong organisatiepsycholoog, heeft Schein
in een van zijn laatste boeken, The Corporate Culture Survival
Guide: Sense and Nonsense About Culture Change (vertaald als
'De bedrijfscultuur als ziel van de onderneming. Zin en onzin
over cultuurverandering'), gepleit de organisatiecultuur als
wezenlijke bron van het handelen van de organisatie te beschouwen.
Schein is overtuigd van de invloed die cultuur heeft op de
organisatie als geheel en vanuit de zogeheten open systeemtheorie
ook op de omgeving en vice versa. Het is wat dat betreft aardig
om de lijn door te trekken naar de wijze waarop verschillende
disciplines organisatiecultuur benaderen.
Volgens
Schein is een organisatiecultuur te omschrijven als 'de som
van alle gemeenschappelijke en als vanzelfsprekend ervaren
veronderstellingen die een groep in de loop van haar bestaan
heeft geleerd'. Schein concludeert dat er een relatie tussen
de gemeenschappelijke leerervaringen (intern) en de omgeving
van de organisatie (extern) bestaat, die wederzijds beïnvloed
wordt. Enerzijds legt dat de nadruk op het beeld van een organisatie
als een open systeem met wederzijdse beïnvloeding van buitenaf,
anderzijds op het interne aspect van cultuur. Schein concludeert
dat de ontwikkeling van gemeenschappelijke veronderstellingen,
gebaseerd op gemeenschappelijke normen en waarden, tot een
onbewuste vanzelfsprekendheid leidt. Cultuur is daarmee een
moeilijk te achterhalen organisatie-element, zo stelt Schein.
Zijn
kijken en begrijpen van organisaties is een begrip geworden.
Vanuit een organisatiepsychologisch oogpunt is vooral de Amerikaanse
organisatiekundige Gareth Morgan van belang. In zijn standaardwerk
'Images of organization' beschrijft Morgan de theorieën en
verklaringen van het functioneren van organisaties in metaforen.
In een van die metaforen, organisaties als cultuur, omschrijft
Morgan cultuur als gemeenschappelijke zingeving, als gemeenschappelijk
begrip en als gemeenschappelijk gevoel. In deze metafoor wordt
de organisatie gezien als een sociaal-geconstrueerde werkelijkheid.
De opvatting van cultuur als werkelijkheidsbepaling omschrijft
organisaties dan als een sociaal gecreëerde of geconstrueerde
werkelijkheid, die evenzeer berust op gedachten en gevoelens
van haar medewerkers als op een concreet assortiment regels
en verbanden. De cultuurmetafoor verwijst direct naar een
gemeenschappelijke door de leden van de organisatie gebruikte
taal, normen en waarden, rituelen en beelden.
Volgens de socioloog Zijderveld is cultuur vooral te beschouwen
als de bepalende factor die aspecten als riten en rituelen,
symbolen, mythen en communicatie binnen een organisatie kan
verklaren. Cultuur bestaat volgens Zijderveld uit de voor
een bepaald bedrijf typische manier van denken, voelen en
doen die op nieuwkomers wordt overgedragen en het gedrag binnen
het bedrijf een snel herkenbare stijl verschaft. Bedrijfscultuur
is dan te omschrijven als een systeem van waarden, normen
en betekenissen die typerend is voor een bepaald bedrijf.
Onderverdeling
Frissen (vrij naar Olsthoorn, 1997) biedt de volgende onderverdeling
van cultuurbenaderingen:
- Cultuur als onderdeel van een systeem: In deze benadering
wordt er vanuit gegaan dat een organisatie bestaat uit een
totaal van subsystemen (vgl. ook het open systeemmodel),
waarbinnen organisatiecultuur te onderscheiden is van andere
subsystemen zoals structuur, strategie en technologie.
- Cultuur als aspectsysteem: Cultuur wordt in deze benadering
wel beschouwd als een dimensie in een organisatie. Dit wil
zeggen dat alle subsystemen een culturele dimensie kennen.
Structuur, strategie of technologie kennen als systeemelementen
dan een culturele lading. Vooral Schein geldt als representant
van deze benadering.
- De organisatie als cultureel fenomeen: Cultuur is niet
zozeer meer een aspect van een organisatie, maar bepaalt
alle handelen en gedrag. Cultuur wordt in deze benadering
beschouwd als een niet te isoleren fenomeen. De socioloog
Zijderveld is een representant van deze benadering.
De benadering van cultuur als aspectsysteem maakt duidelijk
dat cultuur vooral wordt gezien als beïnvloedend organisatie-element.
Daarmee staat cultuur garant voor de eigen wijze van werken
en dus van de eigen stijl, 'de manier waarop we hier met
elkaar omgaan'.
De meeste literatuur gaat in het definiëren van het begrip
organisatiecultuur uit van het zogenaamde integratieperspectief
van Joanne Martin. Dat wil zeggen dat het bij organisatiecultuur
gaat om het streven naar een eenheidscultuur met gedeelde
waarden en normen. Quinn en Cameron (1999) beschrijven organisatiecultuur
vanuit dit perspectief, waarbij ze aannemen dat cultuur datgene
is wat mensen gemeenschappelijk hebben, het bindmiddel dat
hen bijeenhoudt. Er is volgens de integratiebenadering consensus
over het type cultuur dat in een organisatie bestaat, er heerst
gemeenschappelijkheid. De kracht van cultuur schuilt er dan
vooral in het vermogen mensen bij elkaar te brengen en in
het vermogen de fragmentatie en ambiguïteit van de omgeving
de baas te worden. De benadering van Quinn en Cameron kent
daarmee, evenals Schein, een interne en externe factor.
In het tweede deel over organisatiecultuur zal worden ingaan
op de praktijk. Het uitvoeren van organisatiecultuuronderzoek
en de (on)mogelijkheid van cultuurverandering komen dan
aan de orde.
Door: Quirijn
Menken
De auteur studeert momenteel af aan de
Academie voor Communicatie -specialisatie communicatiemanagement
en advies - op de invloed van organisatiecultuur op organisaties
in ontwikkeling en is werkzaam als consultant bij GCI Holland,
een full service PR adviesbureau.
Bronnen: Schein, Edgar
H. (2001). De bedrijfscultuur als ziel van de onderneming.
Zin en onzin over cultuurverandering. Schiedam: Scriptum Books.
(2e druk). | Quinn, Robert E., Cameron, Kim S. (1999). Onderzoeken
en veranderen van organisatiecultuur. Schoonhoven: Academic
Service. | Stoter, Alex. (1997). De communicerende organisatie.
Communicatie in relatie tot organisatieverandering. Utrecht:
Lemma.