In dit artikel de praktijk en dan met name
de (on)mogelijkheden van cultuurverandering.
Organisatiecultuur en communicatie
Organisatiecultuur en communicatie zijn onlosmakelijk met
elkaar verbonden. Zoals hierboven reeds is beschreven ontwikkelen
organisatieculturen zich door communicatie. Tegelijkertijd
beïnvloeden culturen de wijze van communiceren. Inzicht in
de organisatiecultuur is noodzakelijk alvorens een verandering
in te zetten, tegelijkertijd helpt het het bewustzijn te vergroten
de communicatiestructuur aan te laten sluiten op de heersende
of veranderende cultuur.
Cultuuronderzoek
Schein pleit ervoor in cultuuronderzoek geen gebruik te maken
van vragenlijsten, die volgens hem in al hun beperking de
belangrijkste elementen van cultuur niet voldoende kunnen
analyseren. Daarentegen kan op basis van gesprekken met organisatieleden
bepaald worden wat de artefacten (de duidelijkste cultuurkenmerken)
zijn, wat de waarden van de organisatie zijn en of beide elkaar
ondersteunen. Toch wordt zijn werkwijze enerzijds beschouwd
als
te grootschalig, immers de gedeelde veronderstellingen van
organisatieleden reiken volgens Schein tot aan de werkelijkheids-,
tijds-, ruimte- en waarheidsbeleving, anderzijds biedt het
weinig tot geen houvast voor organisatieleden. Met name het
laatste aspect wordt beschouwd als een belangrijk kritiekpunt
op de onderzoekswijze van Schein. Organisatiecultuur is als
abstract begrip niet of nauwelijks uit te drukken, noch in
veronderstellingen over ruimte of werkelijkheidsbelevingen,
noch in statistische gegevens. In die zin is zijn kritiek
op het gebruik van vragenlijsten begrijpelijk. Echter, visualisatie
helpt iets dat onzichtbaar is en als vanzelfsprekend wordt
ervaren, bespreekbaar te maken.
Volgens
Schein is een organisatiecultuur te omschrijven als 'de som
van alle gemeenschappelijke en als vanzelfsprekend ervaren
veronderstellingen die een groep in de loop van haar bestaan
heeft geleerd'. Schein concludeert dat er een relatie tussen
de gemeenschappelijke leerervaringen (intern) en de omgeving
van de organisatie (extern) bestaat, die wederzijds beïnvloed
wordt. Enerzijds legt dat de nadruk op het beeld van een organisatie
als een open systeem met wederzijdse beïnvloeding van buitenaf,
anderzijds op het interne aspect van cultuur. Schein concludeert
dat de ontwikkeling van gemeenschappelijke veronderstellingen,
gebaseerd op gemeenschappelijke normen en waarden, tot een
onbewuste vanzelfsprekendheid leidt. Cultuur is daarmee een
moeilijk te achterhalen organisatie-element, zo stelt Schein.
In
de praktijk kan daarvoor gebruik worden gemaakt van het Organizational
Culture Assessment Instrument (OCAI) van Quinn en Cameron
(1999). Door scenarioanalyse, waarin respondenten aangeven
in welke mate schriftelijk voorgelegde scenario's indicatief
zijn voor hun eigen organisatiecultuur, zijn een zestal vragen
voldoende om de huidige cultuur in kaart te brengen. Daarnaast
wordt in de uitvoering van het organisatiecultuuronderzoek
aan één van de belangrijkste bezwaren van Schein
tegemoet gekomen. Voor zover een cultuur een groepsverschijnsel
is, kan valide informatie alleen verkregen worden door in
een groep algemene vragen te stellen over verschillende aspecten
van het functioneren van de organisatie, zo stelt Schein.
Dit is door het OCAI ondervangen door op basis van individuele
scores groepsgewijs consensus te bereiken over de organisatiecultuur.
Het helpt organisatieaspecten aan het licht te brengen die
anderszins onzichtbaar blijven en ook moeilijk kunnen worden
verwoord.
De (on)mogelijkheid van cultuurverandering
In de literatuur is een sterk praktische stroming te ontdekken,
die een handleiding moet bieden om te komen tot een gewenste
cultuur. De noodzakelijke verandering is - vgl. Amerikaanse
managementliteratuur - weergegeven in een stappenplan, waarbij
succes wordt gegarandeerd. De realiteit is echter weerbarstig.
Organisaties, omschreven als samenwerkingverbanden van twee
of meer mensen, kenmerken zich niet alleen door een gezamenlijk
nagestreefde doelstelling, ze zijn een sociologisch en psychologisch
verschijnsel.
Wellicht het belangrijkste argument om Morgans metafoor van
organisaties als cultuur te gebruiken, is het besef dat de
organisatiewerkelijkheid een constructie of bepaling is van
een of meerdere individuen, hierin redelijk overtuigend naar
voren komt. Hierop steunt dan ook min of meer de kern van
de betekenis van cultuur. Het is niet alleen een werkelijkheidsbepalend
element, cultuur biedt als bron van het identiteitsgevoel
van de organisatieleden ook zekerheid. Wijzigen van de basis
van dat identiteitsgevoel en dus van de eigen zekerheid, gaat
in tegen de normen en waarden en de diepere veronderstellingen
van organisatieleden. Opzettelijke verandering wordt genegeerd
of afgewezen. Organisatieleden zijn eerder geholpen door het
expliciet maken van de culturele elementen van hun organisatie.
Het gezamenlijk totstandkomen van een beeld van de eigen cultuur
op basis van het definiëren van de belangrijkste kenmerken.
Denk daarbij niet alleen aan de stijl van werken of aan specifieke
rituelen, maar vooral aan dominante organisatiekenmerken,
organisatiestructuur, het bindmiddel van de organisatie, communicatiestructuur,
stijl van leidinggeven, personeelsmanagement, strategie, etc.
Organisatiecultuuronderzoek speelt alleen een bepalende rol,
zolang de groep in zijn geheel onderdeel uitmaakt van het
onderzoeksproces. 'In de groep', zo schrijft Schein, 'leer
je niet alleen de probleemgebieden kennen, maar ook de intensiteit
van de gevoelens daarover en daardoor de centrale positie
van verschillende gemeenschappelijke veronderstellingen in
het totale cultuurprofiel.' Een consensus based proces dus.
En dat is nu juist waar het bij veel zogenaamde structuuroplossingen
aan schort. Een geïsoleerde structuurbenadering is niet alleen
een beperkte kijk op organisatieproblematiek, het gaat recht
in tegen de idee van organisatiecultuur als bindend en sturend
element. Bovendien gaat het voorbij aan de invloed op de communicatiestructuur.
Bij het ontwikkelen van een communicatiestructuur dient daarom
altijd naar de beste aansluiting te worden gezocht met de
organisatiecultuur.
Door: Quirijn
Menken
De auteur studeert momenteel af aan de
Academie voor Communicatie -specialisatie communicatiemanagement
en advies - op de invloed van organisatiecultuur op organisaties
in ontwikkeling en is werkzaam als consultant bij GCI Holland,
een full service PR adviesbureau.
Bronnen: Schein, Edgar
H. (2001). De bedrijfscultuur als ziel van de onderneming.
Zin en onzin over cultuurverandering. Schiedam: Scriptum Books.
(2e druk). | Quinn, Robert E., Cameron, Kim S. (1999). Onderzoeken
en veranderen van organisatiecultuur. Schoonhoven: Academic
Service. | Stoter, Alex. (1997). De communicerende organisatie.
Communicatie in relatie tot organisatieverandering. Utrecht:
Lemma.