In deze eerste stap van het schrijfproces gaat het om het bepalen van het doel van de tekst. Je kijkt van een afstandje naar de schrijfopdracht en gaat na wat je wilt bereiken en welke boodschap je wilt overbrengen. Ook kijk je naar de doelgroep; je kunt het doel van je tekst immers alleen bereiken als je weet wie de lezers zijn en welk soort tekst het beste past bij deze doelgroep.
De belangrijkste vragen die je in deze stap moet beantwoorden, zijn:
- Wat wil je met de tekst bereiken?
- Welke boodschap wil je overbrengen?
- Voor wie schrijf je?
1. Wat wil je met de tekst bereiken?
Wat je wilt bereiken met de tekst, bepaalt voor een belangrijk deel hoe je schrijft en welke informatie je verwerkt. Een tekst kan één van de onderstaande vijf doelen hebben, of een combinatie van doelen, waarbij meestal één doel meestal het belangrijkste zal zijn.
- Informeren
de tekst bevat informatie, zodat de lezer zijn kennis vergroot
- Adviseren
de tekst bevat een advies, zodat de lezer betere beslissingen kan nemen
- Voorspellen
de tekst bevat een voorspelling van toekomstige gebeurtenissen, zodat de lezer zich hierop kan voorbereiden
- Verklaren
de tekst geeft verklaringen, zodat de lezer iets begrijpt of overtuigd wordt van de juistheid van de verklaring
- Onderhouden
de tekst levert amusement, zodat de lezer zich vermaakt en ontspant
Soms zul je impliciet een ander doel hebben dan in de tekst naar voren komt. Wanneer je bijvoorbeeld een detectiveroman schrijft om er geld mee te verdienen, zal de lezer van je roman het boek niet kopen omdat hij je portemonnee wil spekken, maar omdat hij zich wil vermaken. De tekst moet dus onderhoudend zijn en je wilt ermee bereiken dat de lezer zich kan ontspannen. Een impliciet doel, jouw persoonlijke doel, is geld verdienen.
2. Welke boodschap wil je overbrengen?
De essentie van een tekst, of dat nu een kattebelletje of een kloek meerdelig werk is, moet in één zin of vraag kunnen worden weergeven. Denk goed na over de boodschap van je tekst en vraag je tijdens het schrijven voortdurend af of al die woorden, zinnen en alinea’s wel bijdragen aan het overbrengen van deze boodschap.
Op het eerste gezicht lijkt het makkelijk om de boodschap van een tekst te bedenken, maar deze boodschap is lang niet altijd even duidelijk. De opsteller van een financieel maandrapport kan bijvoorbeeld vinden dat zijn rapport gaat over de ontwikkelingen van de afgelopen maand, terwijl de algemeen directeur eigenlijk alleen geïnteresseerd is in de belangrijkste afwijkingen van het gebudgetteerde verloop.
De volgende vragen helpen bij het vaststellen van de boodschap van je tekst:
- Wat mag de lezer absoluut niet vergeten?
- Wat moet de lezer gaan doen na het lezen?
- Hoe moet de lezer zich voelen na het lezen?
3. Voor wie schrijf je?
Als je weet voor wie je schrijft, kun je de tekst aanpassen aan de verwachtingen en behoeften van deze lezers. Soms is de doelgroep echter zo divers dat het beter is om meerdere teksten op te stellen. De directeur marketing heeft immers heel andere behoeften dan de aandeelhouder.
Ook de tekstsoort is afhankelijk van de doelgroep: een klachtenbrief heeft een heel andere structuur dan een jaarrekening of een bedankbriefje aan de buurvrouw voor het verzorgen van de katten.
Op naar de volgende stap
Na deze eerste stap van het schrijfproces weet je al heel veel over de tekst:
- Wat je met de tekst wilt bereiken?
- Wat de boodschap van de tekst is?
- Voor wie je de tekst schrijft
Het wordt nu tijd om de informatie te verzamelen die je nodig hebt: dat is stap twee van het schrijfproces. Meer daarover lees je in het volgende deel van deze serie.
Door:
De auteur werkt onder de naam Tekstridder als tekstschrijver, schrijftrainer en tekstadviseur. Naast het schrijven van artikelen, columns en verhalen over taalgebruik heeft hij vaagtaal opgezet, een methode die schrijvers van zakelijke teksten op een leuke en leerzame manier duidelijk maakt hoe ze hun teksten kunnen verbeteren.